Het weer schommelt redelijk tussen lekker warm met een zonnetje en guur en nat weer. Maar als het dan zo guur is, zijn er weinig dingen lekkerder dan een bord risotto. Dampend, geurig en romig. Het alom bekende geheim van een goede risotto is: een klont boter. Laat die dan ook vooral niet weg en vervang hem al helemaal niet door olijfolie. Want het is juist die boter die zorgt voor een ‘comfort-food’-gevoel. Daar wil je niet op inleveren.

Voor 4 personen:

Risotto met Buurenkaas overjarig

4 tenen knoflook (gehakt)
2 uien (gehakt)
Olijfolie
4 stengels bleekselderij (gehakt)
400 gram risottorijst
1 glas droge witte wijn
1 liter kippenbouillon
3 kippendijen
400 gram Bimi (in stukken van 1,5 cm gesneden)
klein bosje bosui (in dunne ringetjes gesneden
150 gram Buurenkaas Overjarig (fijn geraspt)
2 eetlepels roomboter

Doe een laagje olijfolie in een zware pan en voeg, op laag vuur, de uien, knoflook en bleekselderij toe. Fruit ze heel langzaam totdat ze doorzichtig zijn en zoet zijn. Voeg de bimi toe en zet het vuur wat hoger. Schep de risottorijst erdoorheen en laat daar een laagje olijfolie overheen komen.

Als je de rijstkorrels hoort ‘poppen’ is het tijd om de wijn erbij te schenken en te roeren tot de alcohol  is verdampt en de wijn helemaal is opgenomen door de rijst.

Snijd de kippendijen in kleine blokjes en bak deze met een beetje peper en zout, maar zonder olie of boter.
Voeg steeds een soeplepel bouillon toe en draai het vuur laag.
Blijf roeren en voeg steeds een beetje bouillon toe, tot je geen wit puntje meer ziet als je een rijstkorrel door bijt.

Roer de boter en risotto erdoor en zet het vuur uit.

Schep de kip erdoorheen, strooi de bosui en serveer.