De meeste boerenbedrijven zijn heuse familiebedrijven. Zo hier en daar werkt er wel eens een buurjongen of een dorpsgenoot mee, maar in principe is het een familiaire aangelegenheid. Zo is de familie Booij ook al sinds jaar en dag aan het boeren in de omgeving van Streefkerk. Sinds de verhuizing van broer Willem, schoonzus Wendie en hun kinderen hebben we al die tijd ‘slechts’ twee generaties Booij op de boerderij.

Daar kwam afgelopen jaar verandering in! In juni mochten we de kleine Maria verwelkomen en lopen er weer drie generaties rond. Nou ja, lopen…

 

Streefkerk tijdens de ontpolderingOns verhaal begint ergens aan het begin van de zestiende eeuw, als de eerste Booij zich vestigt in de Alblasserwaard. Dit is in de periode dat de ministeries voedselproductie voor de inwoners stimuleren door het geven van subsidies, maar ook door het inpolderen van delen land. Vaak zijn het de stoutste jongens uit de familie die op pad gestuurd worden om te gaan boeren op deze nieuw ontgonnen stukken land. Helaas gaat de kennis over onze familie maar tot zo’n 300 jaar terug. Dat is het moment dat de kerk van Lekkerkerk, waar alle informatie opgeslagen ligt, afbrand. Toch weten we dat onze familie ruim driehonderd jaar geleden al begon met het maken van kaas.

 

Tante IJWe maken een flinke sprong vooruit als we in 1928 aankomen. Tante IJ runt de boerderij aan de Boezem in Streefkerk samen met haar man. Helaas heeft haar man epilepsie, wat betekent dat hij niet veel mee kan helpen op de boerderij, maar vooral dat ze geen kinderen kunnen krijgen. Daardoor was er geen opvolger voor de boerderij.

Het jaar daarna breekt de crisis uit en wordt het steeds moeilijker om te boeren. Tante IJ wil afstand doen van de boerderij en Opa Booij grijpt zijn kans. Er is slechts één klein hobbeltje op de weg: het is het begin van de 20e eeuw en ongetrouwd samenwonen is geen optie. Zijn kersverse vriendinnetje  wordt binnen enkele weken zijn kersverse vrouw en de boerderij kan gerund worden.

 

 

Betsy in de Koeienstal Martien in de koeienstalLater neemt Martien , de zoon van opa Booij, de boerderij over van zijn vader en gaat samen met Betsy in 1974 weer kaas maken. Kort daarna, in 1976 vindt de ruilverkaveling plaats en verhuist het jonge gezin met de boerderij naar de Middenpolderweg, waar de huidige  kaasmakerij nu nog steeds te vinden is.

 

Vanaf 1999 stapt de oudste zoon, Willem, in de maatschap en hij runt het melkveebedrijf. Hierdoor krijgen ze zo’n honderd koeien. In 2016 neemt Willem het besluit om met de koeien te verhuizen naar Drenthe, waar er meer ruimte is voor het melkveebedrijf.

In 2011 stapt Marijke in het bedrijf van haar ouders. Zij zet zich in in de kaasmakerij en zet de Groenehart Coöperatie op. In 2012 krijgt de boerderijwinkel een make-over en na twee jaar opent onze eerste stadswinkel in de Fenix Food Factory. Na het vertrek van Willem zoekt ze samenwerking met buurman Arjan Brandwijk, een melkveehouder die direct melk kan leveren zodat Booij Kaasmakers kan blijven kaasmaken zoals ze dat gewend zijn; van rauwe melk. Ook komt er snel een samenwerking met een andere buurman, Tijmen Verkuil van Geitenfarm hoeve Zomerlust, die de kaasmakerij geitenmelk kan leveren. Sinds voorjaar 2017 maakt Booij Kaasmakers daarom ook geitenkazen.

 

En zo bouwen we door aan de geschiedenis van Booij Kaasmakers. We hebben inmiddels een uitgebreid team vol kaasmeisjes. De harem van Martien blijft groeien. Ons team bestaat inmiddels uit dorpsgenoten, streekgenoten en horeca-meiden. Een divers team, al blijft het voelen als één grote familie.