Pannenkoeken zijn lekker, heel lekker. Welk kind is er niet groot geworden van de pannenkoeken bij oma of aan de keukentafel? Wij zijn er in elk geval dol op. Op hele dunne Franse crèpes, op Hollandse met stroop en ook op die dikke, kleine Amerikaanse pannenkoeken. En die eten we ook maar wat graag als ontbijt. Wat ze heerlijk fris maakt, is de karnemelk in plaats van melk. Hierdoor krijgen ze een friszurige smaak.

pancakes met yoghurtVoor 2 personen heb je nodig:
150 gram bloem
1 ei
1 theelepel bakpoeder
1 theelepel vanille-etract
150 ml karnemelk (ongeveer)
boter
1/4 theelepel zout

Voor de compôte:
2 appels
1 kleine eetlepel suiker
1 theelepel kaneel

Topping:
Boerenyoghurt

Meng in een kom de bloem met het bakpoeder en het zout goed door elkaar.
Klop de karnemelk er langzaam doorheen tot je een dik beslag hebt (denk aan lobbig geklopte slagroom).
Klopt het ei en het vanille-extract er doorheen en klop het beslag even goed door.

Snijd de appel in klein blokjes en doe ze met de kaneel en suiker in een klein pannetje. Zet het middenhoog en laat ze langzaam karameliseren en zacht worden. Je kunt er een eetlepel of twee water aan toevoegen om meer ‘jam-structuur’ te krijgen.

Verhit de boter in de pan en schep vier hoopjes beslag in de boter ter grootte van een juslepel. Bak de pancakes mooi goudbruin en draai ze dan om.
Laat ook die kant mooi goudbruin worden.

Serveer de pannenkoeken op een stapel met lobbige yoghurt eroverheen en daar bovenop de appelcompôte.